Verhalen uit De Wulverhorst

Praat vandaag over overmorgen

Secretariaat
Mijn partner is inmiddels met pensioen en ik ben 63 jaar.  Ik voel me uiteraard nog een jonge blom, volop aan het werk en nog lang niet met het idee van overmorgen bezig. Maar toch… Steeds vaker vragen mensen aan mij: ‘hoe lang moet je nog?’,  een beetje confronterend. Blijkbaar hoor ik inmiddels toch tot de groep aan wie je dat soms voorzichtig gaat vragen.

En zo schuift dat gesprek van lieverlede ook bij ons naar binnen. Waar zouden we willen wonen? Fijn als dat op een plek is met winkels in de buurt, waar je kunt wandelen, waar een station is én mensen in de buurt zijn. Moeten we dan al naar een appartement of een levensloopbestendige woning? Of juist, zoals mijn schoonzus en zwager hebben gedaan, eindelijk dat huis kopen met die mooie grote tuin en een nieuwe hobby ontwikkelen. Pffff, ingewikkeld hoor. Want in het hier en nu is het allemaal nog prima. We gaan en staan waar we willen en willen eigenlijk nog niet nadenken over ‘wat als?’.

Maar regeren is vooruitzien. Dus het is wel verstandig om zaken goed te regelen. Het gesprek samen aangaan, het met je kinderen en eventueel je huisarts te bespreken. Ook je huisarts weet graag wat u waardevol dan wel belangrijk vindt in het leven, zodat hij of zij u goed kan bijstaan als dat nodig is.

Op een van onze wandelingen kwamen wij een echtpaar tegen. Zij waren eind 70. Om precies te zijn: de man was 78 jaar. Wij zaten met onze hond, een dalmatiër van inmiddels 11 jaar, uit te rusten op een bankje. Zij kwamen aanlopen met een labrador van 3 jaar. De honden leken het wel wat om even aan elkaar te snuffelen. En zo stopte het echtpaar voor een praatje met ons. We wisselden de leeftijden van onze honden uit en complimenteerden elkaar met ieders prachtige hond. De vrouw vertelde dat ze altijd honden hebben gehad. Toen de vorige hond overleed hadden zij eigenlijk besloten geen hond meer te nemen. Ze waren immers inmiddels al wat ouder en moesten met hun activiteiten toch altijd rekening houden met hun hond.

Maar na een paar maanden ging het kriebelen. Het was zo stil in huis. En ook de dagelijkse ommetjes waren weggevallen. Dit leidde ertoe dat ze ook veel minder op de hoogte waren van het reilen en zeilen in de buurt. De vele sociale contacten werden minder en dat terwijl de vrouw zo graag kletste. De man zat veel op de bank voor de televisie. Hij kwam het huis nauwelijks meer uit. En voelde vooral al zijn pijntjes ten gevolge van het ouder worden.

De vrouw nam het heft in handen en stelde haar man voor weer een hond te nemen. En dan ook nog een pup. Aarzelend ging de man akkoord. Vooraf vroegen ze de kinderen of, als hen onverhoopt iets zou overkomen, de hond dan bij een van hen mocht wonen. De zoon antwoordde ontkennend. Dat paste echt niet in zijn leven en hij wilde het ook niet toezeggen. Gelukkig gaf de dochter gelijk akkoord. Zij zou zich over de hond ontfermen indien nodig. En zo kwam er weer een labradorpup. De man heeft geen tijd meer voor de bank, hij wandelt weer hele einden in de uiterwaarden. Een hond moet immers goed lopen, zo zei hij!

Hij kent de hele buurt weer en doet overal een bakkie en een praatje. Geen last meer van pijntjes. Samen gaan ze ook weer kamperen. Heerlijk met zijn drieën op pad. En bij de buurtsuper spreken mensen de vrouw aan met: ,,is dat uw man die zo veel loopt met die zwarte hond?”  En zij glimt van genoegen, want met zijn drietjes hebben ze het weer goed.

Na hun verhaal namen ze afscheid van ons en wandelden weer verder. En wij stapten ook op en dachten: 'wat doen wij als?’.

Bestuurder Joyce Jacobs schrijft regelmatig over onderwerpen die die samenhangen met de visie van De Wulverhorst.